FEPRAFO

Aankoop en verkoop van geneesmiddelen: mag u als medisch huis geneesmiddelen kopen en doorverkopen aan uw patiënten om hun kosten voor niet-vergoede geneesmiddelen te verlagen?

V :

Mag u, als medisch huis, geneesmiddelen in grote hoeveelheden aankopen en doorverkopen aan uw patiënten om hun kosten voor niet-terugbetaalde geneesmiddelen te verlagen?

A :

Nee, helaas staat het wettelijk kader dit niet toe, om verschillende redenen, ook al zou dit in het belang van de patiënten zijn. Het forfaitaire systeem staat deze aanpak voor een keer niet in de weg.

  1. Het forfait dekt de handeling, niet het product

Artikel 4 van het KB Medische huizen van 2013 verduidelijkt dat consulten en huisbezoeken vervat zitten in het forfait. Het KB van de medische huizen verbiedt dit dus niet.

  1. Verbod op verkoop door artsen

De actuele Code van medische deontologie (Art.34 Code van medische deontologie) stelt nadrukkelijk dat de arts de belangen van de patiënt en de maatschappij steeds boven zijn eigen financiële belangen moet plaatsen. In de commentaar bij de code wordt bevestigd dat de handelsgeest onverenigbaar is met de medische geest. Het is een arts ten stelligste verboden om op te treden als verkoper.

  1. Het apothekersmonopolie en het wettelijk verbod op cumulatie

De wet stelt dat uitsluitend houders van het diploma van apotheker de artsenijbereidkunde (waaronder de detailverkoop en de terhandstelling van geneessmidelen vallen) mogen uitoefenen (Art. 6, § 1 Gecoördineerde wet 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen). Bovendien formuleert de huidige wetgeving een absoluut verbod op de medisch-farmaceutische cumulatie. Het is wettelijk verboden om tegelijkertijd de geneeskunde en de artsenijbereidkunde uit te oefenen, zelfs al zou men over beide diploma’s beschikken (Art. 22 Gecoördineerde wet 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen).

  1. De uitzonderingen op het afleveringsverbod in de actuele wetgeving

De uitzonderingen die vroeger in het oude KB nr.78 stonden, zijn de nieuwe  WUG-wet vernauwd. De uitzondering van het “geneesmiddelenpot” voor plattelandsartsen is geschrapt uit de wet en bestaat niet meer. De nog bestaande wettelijke uitzonderingen zijn zeer beperkt en bieden geen enkele basis voor de structurele aankoop, de terhandstelling en de facturatie door de arts van niet-terugbetaalde geneesmiddelen of medische hulpmiddelen :

  • Dringende gevallen, gratis monsters en schrijnende gevallen (compassionnate use ): De WUG-wet laat toe dat een arts uitzonderlijk geneesmiddelen ter hand stelt uitsluitend in dringende gevallen, als gratis proefmonster onder strikte voorwaarden, of in zogenaamde schrijnende gevallen ( Art.6 §2,1° Gecoördineerde wet 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen en Art.12 Wet 25 maart 1964 op de geneesmiddelen).
  • Venerische ziekten : Om de anonimiteit van de patiënt te beschermen, mag een arts medicatie voor venerische aandoeningen afleveren, mits hij deze zelf bij een lokale apotheker heeft laten bereiden en met diens etiket afgeeft (Art. 6, § 2, 2° Gecoördineerde wet 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen).

Als conclusie mogen artsen, met uitzondering van deze situaties, in geen geval geneesmiddelen kopen, opslaan en doorverkopen aan hun patiënten.

Scroll naar boven